Learning governance for public-private cooperation

From: Public-Private partnerships, by Jonathan Zeitlin and Eelke Heemskerk.

“First, there is the challenging issue of how to combine the emergence of new forms of public-private partnership with a system of governance that safeguards the quality of education and ensures accountability for the use of public money. Most fundamentally, the problem lies in the innovative character of the centers. Their goal is to devise new forms of public-private cooperation, and to develop new organizational forms for vocational education and training. This implies that the day-to-day practices of these centers will be different from the established routines of the HBO and MB0s. The Centres need room to experiment. But the current system of accountability for Dutch educational institutions is based on a combination of ex ante rules and ex post controls, derived from established routines and practices. It has been recognized that there is a mismatch between the current forms of governance and accountability on the one hand and the innovative ambitions of the Centres on the other (Commissie Van der Touw, 2013). In order to make the national system of Centres successful, it is necessary to solve this conundrum and introduce a system of external governance that allows both for innovation and for ongoing monitoring and accountability.

Second, the success of PPPs in VET is dependent on the capacity for learning and cross- fertilization across different initiatives. In searching for effective and innovative forms of PPPs, it is inevitable that there will be (partial) failures as well as successes. We have seen from the Midterm Review that none of the pilot Centres have fully succeeded thus far in achieving all their goals, while within each category some Centres have been more effective than others in discovering innovative ways of engaging business partners and enhancing the quality and quantity of their educational programs. Where the system of monitoring and accountability allows for cross-institutional learning, such good and bad practices can be used to identify opportunities for creative problem-solving and continuous improvement of PPPs at both an individual and a systemic level. The Van der Touw Committee underscored this point as well when it stressed that for an innovative scheme such as the Centres it is crucial that learning takes place (Commissie Van der Touw 2013, second recommendation). Such learning enhances the quality of PPPs, speeds up the diffusion of innovation, and allows for an efficient use of public and private investments. The current system of accountability and governance is not specifically geared to support cross-institutional learning and continuous improvement.”

Proefschrift naar kennisallianties tussen beroepsonderwijs (ROC) en bedrijfsleven

Fragment uit het Proefschrift van Ineke Delis.

Bestaande samenwerkingsstructuren zijn hiervoor niet meer adequaat: ze zijn niet flexibel, open, snel en/of inhoudelijk genoeg. Men moet op een andere manier gaan samenwerken om kennis te vernieuwen. Van een nieuwe of andere structuur in de samenwerking tussen beide partijen op kennisinnovatie is volgens oudonderwijsminister Van der Hoeven (Koers BVE, 2004) nu nog maar nauwelijks sprake.

Structurele samenwerking met anderen is echter essentieel. Dat geldt binnen en tussen bedrijven en het beroepsonderwijs. Fusies binnen het bedrijfsleven zijn usance en ROC’s zelf zijn ook het product van een omvangrijke fusiebeweging in ‘eigen kring’. Deze is 10 jaar geleden ingezet, waarbij ruim 500 instellingen voor Middelbaar Beroeps Onderwijs en Volwassenen Onderwijs gebundeld zijn tot ongeveer 40 Regionale Opleidingen Centra. De ROC’s en de bedrijven hadden altijd al wel contacten met elkaar, maar die waren niet erg intensief van aard en hadden vooral betrekking op de beschikbaarheid van stageplaatsen voor de MBO leerlingen.

Nu moeten de contacten meer gericht zijn op vraagstukken van kennisinnovatie die niet door de individuele partijen zelf zijn opgeroepen maar waar ze wel samen een antwoord op moeten zien te geven. En dat vanuit diverse, deels gedeelde, belangen.

“‘Meester, dat doet u anders nooit!’ (want de Onderwijsinspectie is op bezoek)”

Bron: De Correspondent

“Iedere school wordt eens in de vier jaar bezocht door de Onderwijsinspectie. Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond blijkt dat veel scholen zich op die dag voorbereiden, en dat docenten ervaren dat het bezoek extra administratieve lasten met zich meebrengt. Onlangs bezocht de inspectie mijn school. Hoe verloopt zo’n dag? Een verhaal vanuit de school.”

“Ontwikkelruimte voor samenwerking”

Via: Scienceguide

“Hij [Ab van der Touw, CEO Siemens NL] merkte ook, dat bij de opbouw en inrichting van de verschillende centra verschillende onderdelen weerbarstiger waren dan men weleens vooraf dacht. Het opzetten van dit soort nieuwe publiek-private partnerschappen zal onderweg altijd wel zo’n zijn perikelen kennen, zegt hij. “Als commissie pleiten wij ervoor de scholen en bedrijven gedurende een bepaalde periode enige ontwikkelruimte te gunnen. Laat hen in gezamenlijkheid, zonder al te veel beperkingen, zelf vormen vinden. Je kunt niet alles van te voren invullen.”

“In deze vrijheid – gebaseerd op het vertrouwen dat heus niemand daarvan  misbruik zal maken – krijgt het veld de gelegenheid ervaringen op te doen en de juiste weg te vinden. Vanuit die proefondervindelijk verkregen wijsheid kan eventueel een tweede reeks van noodzakelijke maatregelen worden geïdentificeerd.”

“”Toegenomen regeldruk staat efficiënte bedrijfsvoering in de weg”

via: LinkedIn

Zorgbestuurders hekelen het gegeven dat regels steeds meer gebruikt worden om de integriteit binnen organisaties te stimuleren. Skipr publiceerde recent de gegevens van een signalement naar de integriteit in zorgorganisaties, van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG).

Lees verder “”Toegenomen regeldruk staat efficiënte bedrijfsvoering in de weg”